Twee belastingregimes, één weddenschap
Een lezer schreef me deze winter met een vraag die op het eerste gezicht eenvoudig leek. Hij had vorig jaar 0,5 ETH ingezet bij een buitenlandse crypto-bookmaker, een wedstrijd gewonnen, eindigde met 1,2 ETH, en hield dat saldo aan op 1 januari. Hoe gaat hij dat aangeven? Mijn antwoord begon met een geruststelling en eindigde met een gefronste wenkbrauw, want zijn casus raakt twee verschillende belastingregimes tegelijk en hij wist het niet. Kansspelbelasting van 30,5% op de wedwinst. Box 3 op de waarde van zijn ETH op 1 januari. Twee aangiftevragen, twee tarieven, twee documentatie-eisen.
Dit is geen marginale uitzondering. Het is het standaardprobleem van iedereen die crypto wedt vanuit Nederland en het correct wil afhandelen. De gemiddelde Nederlander die bij een KSA-licentiehouder speelt, hoeft hier nooit over na te denken — de operator houdt de kansspelbelasting automatisch in, en het saldo bij de bookmaker wordt niet als crypto-bezit gezien. Bij een offshore ETH-bookmaker is de hele administratieve verantwoordelijkheid op de speler verschoven, en die verantwoordelijkheid heeft twee gezichten.
Wat volgt is geen belastingadvies — raadpleeg een fiscalist voor jouw specifieke situatie — maar een uitleg van hoe de twee regimes in elkaar grijpen, met concrete cijfers, drie scenario’s en een eerlijke beoordeling van wat er gebeurt als je niets aangeeft. Sinds DAC8 in 2026 is dat laatste namelijk significant moeilijker geworden dan twee jaar geleden, en die verandering verandert de afweging die spelers in stilte maken.
Kansspelbelasting 30,5%: wanneer speelt deze mee?
Een misverstand dat ik elke maand opnieuw moet rechtzetten: kansspelbelasting hoeft niet te worden ingehouden, dus dat geldt niet voor mijn ETH-winsten. Onjuist op het eerste, onjuist op het tweede. De belasting bestaat, het tarief is 30,5%, en de vraag wie hem moet betalen is verbazingwekkend genuanceerd — niet zozeer een kwestie van of, maar van wie en wanneer.
De Wet op de kansspelbelasting onderscheidt twee situaties. Eerste situatie: gokt bij een Nederlandse vergunninghouder. De aanbieder is verplicht de belasting van 30,5% in te houden op winsten boven 449 euro per kalenderjaar — boven die drempel houdt de operator automatisch af, onder die drempel hoef je niets te doen. Geen aangifte van jouw kant. Geen verplichting om iets bij te houden. Het systeem werkt achter de schermen voor je.
Tweede situatie: gokt bij een buitenlandse aanbieder zonder Nederlandse vergunning. Dit is waar 99% van de ETH-bookmakers in valt. De inhoudsplicht ligt op de aanbieder. Bestaat de aanbieder niet als KSA-vergunninghouder, dan ligt de aangifteplicht op de speler. Concreet: jij moet zelf je nettowinst aangeven en 30,5% afdragen via de aangifte inkomstenbelasting. Niet ergens als sluippost, maar in een specifieke rubriek Kansspelen waarvan het buitenland de organisator is.
Hoe wordt de winst gedefinieerd? Niet bruto-inzet, niet bruto-uitbetaling, maar het saldo van winst-en-verlies per kalenderjaar per spelvorm. Stel: je zet in totaal 50 weddenschappen in over een jaar, sommige win je, sommige verlies je, en aan het eind staat het netto-resultaat op +480 euro. Dan is de heffingsgrondslag 480 euro minus 449 euro vrijstelling = 31 euro, waarover je 30,5% afdraagt = 9,46 euro. Bescheiden, maar formeel verschuldigd. Sta je op netto-verlies, dan is er geen kansspelbelasting verschuldigd — verliezen zijn niet aftrekbaar tegen ander inkomen, maar ze halveren ook niet de winst van een ander spelvormsegment.
Een complicatie die specifiek bij ETH-wedden naar boven komt: de winst is in ETH, de heffing is in euro. Je moet dus per wedstrijd de waarde in euro op het moment van afsluiting bepalen. Dat is een administratieve last die makkelijk wordt onderschat. Wedt je twintig keer per maand, dan heb je over een jaar tweehonderdveertig data-punten waarop je de spotkoers ETH/EUR moet vastleggen. Een spreadsheet bijhouden is het minimum.
De vrijstelling van 449 euro per spelvorm per jaar is daarbij belangrijk. Sportweddenschappen vormen één spelvorm, prediction markets mogelijk een andere, casino-spelen weer een andere — de Belastingdienst categoriseert per type spel, niet per platform. De vrijstelling kan dus over verschillende spelvormen worden verdeeld, wat in de praktijk betekent dat een bescheiden recreatieve speler vaak onder de drempel blijft. Voor wie serieuzer en/of breder speelt, telt elke euro winst boven 449 mee.
Spelen op een buitenlandse aanbieder: zelf aangeven verplicht
Hoe doe je het in de praktijk? De aangifte inkomstenbelasting bevat een specifieke vraag over kansspelwinsten uit het buitenland. In het digitale aangifteprogramma van de Belastingdienst is dat onderdeel van de sectie Andere inkomsten, met als subcategorie Kansspelen waarvan een buitenlandse organisator de prijs heeft uitgereikt. Voor offshore-ETH-bookmakers, decentralized sportsbooks en prediction markets als Polymarket valt jouw winst in deze categorie.
Wat geef je aan? De netto-winst per kansspelvorm, in euro, omgerekend tegen de koers op de datum van uitbetaling. Niet de inzet, niet het bruto-bedrag, maar het saldo van wat je netto over de periode hebt overgehouden uit dat type kansspel. Bij een verlies geef je niets aan voor die spelvorm — een verlies is niet aftrekbaar tegen ander inkomen, dus het brengt geen voordeel maar ook geen administratieve last.
Praktische workflow die ik mensen aanraad. Houd een spreadsheet bij met per weddenschap: datum, platform, type weddenschap (sport, prediction market, casino), inzet in ETH, inzet-waarde in euro op datum, uitslag, uitbetaling in ETH, uitbetaling-waarde in euro op datum. Aan het einde van het kalenderjaar sommeer je per spelvorm de uitbetalingen minus inzetten. Komt het netto-resultaat boven 449 euro, dan vermeld je dat bedrag in je aangifte en betaal je 30,5% over het surplus.
De juridische context: de zelfaangifte-plicht volgt uit artikel 1 van de Wet op de kansspelbelasting. De Belastingdienst heeft expliciet bevestigd in publieke informatie dat deze plicht ook geldt voor crypto-betaalde weddenschappen. Deze dalende trend kan mogelijk worden verklaard doordat spelers door de nieuwe ingevoerde regels voor spelersbescherming uitwijken naar het illegale aanbod, waar deze als beperkend ervaren regels niet gelden
— die observatie van KSA over de migratie naar offshore-aanbod betekent juist dat de fiscus zich extra bewust is van het bestaan van deze speler-categorie. De toezichthouder communiceert; de fiscus kijkt mee.
Belangrijk om expliciet te zijn over wat de zelfaangifte-plicht níét doet. Hij maakt het kansspel niet legaal. Een correcte aangifte van een winst bij een ETH-bookmaker geeft de Belastingdienst geen reden om te concluderen dat je daarmee een legale activiteit hebt verricht — KSA en Belastingdienst hanteren parallelle, niet-overlappende beoordelingen. Wat ze wel doen, beide, is informatie delen via DAC8 sinds 2026. Een aangifte die correct overeenstemt met crypto-rapportages die EU-CASP’s automatisch leveren, draagt aan een consistent dossier; een aangifte die ervan afwijkt, vraagt vragen op.
ETH op je wallet op 1 januari: Box 3 in de praktijk
Naast kansspelbelasting raakt ETH-wedden een tweede regime: Box 3, oftewel de Vermogensrendementsheffing. Het komt nogal eens voor dat lezers verbaasd reageren — alsof het een verrassing is dat hun crypto-saldo apart belast wordt naast de kansspelheffing. Het is geen verrassing en geen onrecht; het volgt logisch uit het feit dat ETH op je wallet op 1 januari een vermogensbestanddeel is, en alle vermogensbestanddelen — spaargeld, aandelen, beleggingen, en jazeker crypto — vallen onder Box 3.
De systematiek in 2026. Box 3 hanteert een fictief rendement op je vermogen op de peildatum 1 januari. Dat fictief rendement is geen werkelijk behaald rendement maar een geschat percentage dat de wetgever aan de bezittingscategorie toekent — voor crypto wordt het percentage van de categorie overige bezittingen toegepast. Op dat fictief rendement geldt een belastingtarief van 36% in 2026. Boven een vrijgesteld vermogen van 57 684 euro (per persoon, fiscaal partner verdubbelt dit) telt elk euro mee.
Concreet voorbeeld. Stel je hebt op 1 januari 2026 in totaal 4 ETH op je MetaMask, met een spotkoers van 3 200 euro per ETH. Je vermogen in deze post is 12 800 euro. Stel je hebt ook 80 000 euro op je spaarrekening en geen andere bezittingen. Totale Box-3-vermogen: 92 800 euro. Vrijgesteld bedrag (alleenstaand): 57 684 euro. Belastbare grondslag: 92 800 – 57 684 = 35 116 euro. Het fictief rendement op de bezittings-mix wordt evenredig berekend; je betaalt 36% van het fictieve totaal-rendement.
De peildatum-voorwaarde maakt timing belangrijk. Crypto die je op 31 december verkoopt en op 2 januari opnieuw koopt, valt formeel buiten Box 3 voor dat kalenderjaar — maar dit is een grijs gebied dat de Belastingdienst onder de noemer peildatumarbitrage in toenemende mate vermomde verkopen onderkent. Voor 2026 geldt nog: bewuste manipulatie rond de peildatum kan worden bestreden via fraude bij Box-3-aangifte. Voor de gemiddelde wedder die zijn ETH-saldo gebruikt voor sportweddenschappen, is de peildatum simpelweg een momentopname van wat je toevallig op 1 januari aanhoudt.
Een belangrijk subtiel punt: ETH op een sportsbook-account is niet hetzelfde als ETH in je eigen wallet. Hoewel het saldo administratief jouw saldo is, ligt het feitelijk in de bewaring van de operator. De Belastingdienst hanteert in principe het criterium van economisch eigendom — wie heeft de feitelijke beschikkingsmacht? Bij een custodial sportsbook is dat de operator, niet jij. Bij een DEX-sportsbook waar het saldo in jouw eigen wallet blijft tot je een wedstrijd plaatst, is dat jij. Deze nuance maakt dat saldi op offshore-accounts in een grijs juridisch gebied zitten — formeel jouw saldo, feitelijk niet onder jouw controle. De gangbare praktijk is om saldi op een sportsbook bij twijfel toch op te nemen als crypto-bezit, omdat een aangifte die het opneemt zelden tot vragen leidt en een aangifte die het weglaat een vraag uitlokt als de Belastingdienst er via DAC8 wel weet van heeft.
Stablecoins kennen een eigen profiel binnen Box 3 — ze worden vermogensrechtelijk identiek behandeld als ETH (beide zijn overige bezittingen), maar de fiscale planning rond stablecoins is anders omdat hun waarde stabiel blijft. De diepere uitleg daarover valt buiten de scope van deze gids; relevant hier is dat de Box-3-toepassing zelf identiek is aan die voor ETH. Leer meer in onze gids over belasting op stablecoins in box 3.
Drie scenario’s met cijfers
Een lezer schreef me onlangs: Ik heb in 2025 verloren bij een offshore-sportsbook, mag ik dat ergens aftrekken?
Het korte antwoord is nee, maar de complete situatie is nuancevoller — en illustreert precies waarom drie concrete scenario’s met getallen meer duidelijkheid scheppen dan tien pagina’s wettekst. Hieronder werk ik drie typische situaties uit zoals ze in de praktijk voorbij komen.
Scenario één: een verlies-jaar. Je stort op 15 maart 0,5 ETH op een ETH-bookmaker, koers op die datum 3 100 euro per ETH, dus stortwaarde 1 550 euro. Je wedt het kalenderjaar door op verschillende voetbalwedstrijden en eindigt netto op een verlies — laten we zeggen 0,15 ETH minder dan je inlegde, ofwel resterend saldo 0,35 ETH. Wat zijn de fiscale gevolgen? Voor de kansspelbelasting: niets. Verlies is geen winst, en verliezen uit kansspelen zijn niet aftrekbaar tegen ander inkomen. Geen aangifte voor deze spelvorm. Voor Box 3 wel iets: stond op 1 januari 0,35 ETH (waarde bijvoorbeeld 1 100 euro op die peildatum) op je sportsbook-account of wallet, dan telt dat mee als overig bezit. Niet als verlies — als bezit. Het verlies in ETH is fiscaal irrelevant omdat het binnen het Box-3-systeem geen rol speelt; alleen het saldo op de peildatum telt.
Scenario twee: winst die je vasthoudt tot 1 januari. Je stort op 10 mei 0,3 ETH (koers 3 000 euro, stortwaarde 900 euro), en aan het eind van een goed seizoen heb je je inleg vermeerderd met 1 ETH winst — totaal saldo dus 1,3 ETH. Op 1 januari 2026 staat de koers op 3 200 euro per ETH; je hele saldo is dan 4 160 euro waard. Twee fiscale verplichtingen ontstaan parallel. De kansspelbelasting: je netto-winst over het kalenderjaar bedraagt ongeveer 3 200 euro, namelijk 1 ETH winst tegen jaargemiddelde euro-koers. Daarvan trek je 449 euro vrijstelling per spelvorm af, en over het surplus van 2 751 euro betaal je 30,5%, oftewel 839 euro. Daarnaast gaat het volledige saldo op 1 januari — 4 160 euro — mee in je Box-3-aangifte als overig bezit, met de bekende fictief-rendement-systematiek. Dubbel belastbaar, niet omdat een fout is gemaakt, maar omdat winst genereren en vermogen aanhouden twee verschillende belastbare feiten zijn.
Scenario drie: winst die je voor 1 januari naar euro converteert. Zelfde startsituatie als scenario twee, maar in december stuur je je 1,3 ETH naar een EU-licensed exchange en converteer je naar euro. Op de exchange staat op 1 januari 4 100 euro op je rekening — de exchange-koers wijkt iets af van de spotkoers. De kansspelheffing is identiek aan scenario twee: 30,5% over de winst boven 449 euro, ongeacht of je de winst houdt in ETH of euro. Maar de Box-3-categorisatie verandert: 4 100 euro op een EU-bankrekening telt als banktegoed, niet als overig bezit. Die categorie heeft in 2026 een lager fictief rendement dan crypto, dus je effectieve belastingdruk in Box 3 daalt. Conversie naar euro voor de peildatum is een legitieme fiscale planningsbeweging die de Belastingdienst niet als peildatumarbitrage classificeert, mits het geen pure 31-december-naar-2-januari-route is. Een conversie in november met genuine intent verlaagt je Box-3-druk meetkundig.
De cijfers van DNB tonen waarom dit voor steeds meer huishoudens relevant wordt: het totale crypto-bezit van Nederlandse huishoudens bedraagt circa 1,2 miljard euro, een omvang die niet langer verwaarloosbaar is op nationaal niveau. Per huishouden gaat het vaak om bedragen die rond of boven het Box-3-vrijstellingsdrempel komen, vooral bij gecombineerd vermogen met spaargeld. De combinatie ETH-wedden en Box 3 is geen randverschijnsel meer — het is voor een groeiende groep een terugkerende fiscale realiteit.
Wat alle drie scenario’s gemeen hebben: documentatie maakt het verschil tussen een correcte aangifte en een vraag van de inspecteur. Wie geen overzicht bijhoudt van koersen op datum, van stortingen en uitbetalingen, van saldi op peildatum, kan de juiste cijfers gewoon niet leveren. Dat brengt me bij het volgende onderwerp.
Welke documentatie bewaart de Belastingdienst voor jou
Een vraag die ik vaak krijg: Hoeveel moet ik bewaren?
De ondertoon is meestal hoop op een minimaal antwoord. Mijn realistische antwoord — meer dan je denkt, en zeker meer dan je nu doet — valt zelden goed. Maar de Belastingdienst hanteert een bewaarplicht van zeven jaar voor zelfstandigen en ondernemers; voor particulieren is geen formele wettelijke termijn, maar de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen geeft de inspecteur vijf jaar de tijd om aanslagen op te leggen of te corrigeren. Vijf jaar bewaren is de praktische ondergrens.
Wat moet er liggen, in volgorde van belang? Eerst je wallet-historie. Een ETH-wallet zoals MetaMask exporteert geen native rapport, maar via Etherscan kun je een complete transactie-historie downloaden door je wallet-adres in te voeren en op de tab Export CSV te klikken. Het resultaat is een spreadsheet met datum, transactie-hash, tegenwallet, ETH-bedrag, gas-fee en USD-waarde op datum. Bewaar deze export jaarlijks — bij voorkeur op 31 december — als JPG of PDF, niet alleen als CSV. Een CSV is editeerbaar en heeft minder bewijskracht dan een vastgelegde momentopname.
Daarnaast: exchange-uittreksels. Wie ETH koopt bij een EU-CASP zoals Bitvavo, Bitstaete of Coinbase Europe, krijgt jaarlijkse rapportages die specifiek voor de Nederlandse Belastingdienst zijn ontworpen sinds DAC8 van kracht is. Deze rapportages zijn gestandaardiseerd: ze tonen aankoopdatums, hoeveelheden, koersen op datum, en uittredingen. De Belastingdienst krijgt deze data automatisch — jouw kopie is bedoeld om te kunnen reconstrueren wat de Belastingdienst al heeft.
Voor de sportsbook-laag is het complexer. Custodial offshore-bookmakers leveren zelden formele jaaruittreksels, en wat ze leveren is vaak niet juridisch waterdicht voor de Nederlandse fiscus. Werkbare alternatieven: screenshots van je accountoverzicht op 1 januari (voor Box 3), per kwartaal een export van je bet-historie als CSV, en — cruciaal — het wallet-adres dat je voor stortingen en uitbetalingen gebruikt, zodat on-chain alles verifieerbaar is. Een sportsbook kan je account opheffen, maar de blockchain-historie blijft bestaan.
De keten van bewijsstukken die ik mensen aanraad: aankoop op exchange (uittreksel), transfer van exchange naar eigen wallet (Etherscan), storting van wallet naar sportsbook (Etherscan), bet-historie binnen sportsbook (CSV-export, screenshots), uitbetaling van sportsbook naar wallet (Etherscan), eventueel terug naar exchange (Etherscan + uittreksel), conversie naar euro (uittreksel). Elke schakel verifieerbaar, elke schakel met datum en bedrag in euro op datum. Met deze zes-tot-zeven schakels heb je een dossier dat een redelijke inspecteur kan volgen — en dat is wat de bewaarplicht in de praktijk wil bereiken.
Wat gebeurt er als je niets opgeeft?
De gemakkelijke gedachte: De Belastingdienst weet toch niet dat ik bij een offshore-bookmaker speel?
Tot 2024 had die gedachte enige plausibiliteit. In 2026 is hij naïef. Drie ontwikkelingen hebben de informatie-asymmetrie tussen speler en fiscus fundamenteel omgekeerd, en wie ze niet meeweegt, neemt een risico dat aanzienlijk groter is dan de fiscale schuld zelf.
Eerste ontwikkeling: de Travel Rule. Sinds eind 2024 zijn alle EU-CASP’s verplicht om bij elke transactie boven 1 000 euro de identiteit van zowel verzender als ontvanger te registreren — naam, adres, wallet-adres. Stuur je 0,4 ETH (waarde 1 280 euro) van je Bitvavo-account naar een wallet-adres dat de exchange als onbekende externe classificeert, dan wordt deze transactie geflagd. De compliance-stack van EU-CASP’s matcht uitgaande wallets tegen bekende bookmaker-adressen; doet jouw wallet later transactie met een geïdentificeerde sportsbook-wallet, dan ontstaat een dossier dat aan de Belastingdienst beschikbaar wordt onder DAC8. De keten naam → exchange → eigen wallet → sportsbook is zichtbaar.
Tweede ontwikkeling: MiCA-licenties scheppen een formele compliance-infrastructuur. Sinds januari 2025 hebben MoonPay, Bitstaete, ZBD en Hidden Road MiCA-licenties van de AFM — vier eerste licentiehouders die symbolisch zijn voor een veel grotere golf van licentie-aanvragen die zich ondertussen heeft voltrokken. Elke gelicentieerde EU-CASP rapporteert klantgegevens, transactiegegevens en ongebruikelijke transacties naar de relevante toezichthouder. Wie zegt: ik gebruik geen EU-exchange, ik koop ETH peer-to-peer
, mist het punt — als je ETH ooit in aanraking is geweest met een MiCA-gereguleerde service, is de keten reconstrueerbaar.
Derde ontwikkeling: AFM- en CASP-rapportage van verdachte transactiepatronen. Crypto-betaalde gokactiviteit op offshore-platforms vertoont specifieke patronen — repetitieve uitgaande transacties naar specifieke wallet-adressen, gevolgd door inkomende transacties met afwijkende bedragen. Compliance-systemen herkennen deze patronen en classificeren betreffende klanten als verhoogd risico. Een fiscale waarnemer Wensing schreef recent over de bredere context: Bij Forex en Crypto is sprake van veel scams en oplichting. Vooral oplichters gebruiken het ontbreken van regelgeving graag, omdat klanten dan minder snel hulp kunnen krijgen bij ten onrechte ingelegde miljoenen euro’s.
Dat citaat ging over scams, maar de onderliggende observatie — dat afwezigheid van regelgeving ruimte schept die nu actief wordt gevuld — geldt evenzeer voor de fiscale handhaving rond crypto-gokken.
De combinatie van deze drie zorgt ervoor dat de informatie die de Belastingdienst nu over een gemiddelde Nederlandse ETH-wedder heeft, kwalitatief gelijkwaardig is aan wat zij over je salaris of je spaarrekening heeft. Niet identiek, maar reconstrueerbaar.
Wat zijn de gevolgen als zij die informatie naast jouw aangifte legt en discrepantie constateert? Boete oplopend tot 100% van de te weinig betaalde belasting bij opzet — dat is grof, intentioneel niet aangeven. Bij grove schuld tot 25%. Boven dat heeft de inspecteur navorderingsrecht voor vijf jaar, dus discrepantie uit 2021 die in 2026 wordt geconstateerd kan tot 2026 worden teruggewerkt. Praktijk: de fiscale schuld bij een typische ETH-wedder is bescheiden — een paar honderd tot een paar duizend euro per jaar. De boete bij opzet is een veelvoud daarvan, plus rente, plus de psychologische last van een correctie-traject. Een correcte aangifte is goedkoper dan de gokweddenschap dat ze het niet ontdekken.
Nederland in EU-context: hoe MiCA en DAC8 alles verandert
Vorig jaar december zat ik op een fiscalist-conferentie in Den Haag waar een Belgische collega in de pauze zei: Bij ons komt het in 2026, bij jullie is het al actief.
Hij doelde op DAC8 — de achtste herziening van de EU-richtlijn voor administratieve samenwerking, die voor crypto-rapportage een fundamentele verschuiving betekent. Nederland is een vroege implementator, en wat hier praktijk is geworden, is binnen twee jaar EU-breed praktijk.
De kern van DAC8 in eenvoudige termen: alle EU-gevestigde crypto-asset service providers — zowel de gelicentieerde MiCA-CASP’s als nu de in MiCA-traject zittende — rapporteren jaarlijks gestandaardiseerde transactie- en klantgegevens aan de eigen nationale belastingautoriteit. Die autoriteit deelt vervolgens automatisch met de fiscus van de lidstaat waar de klant woont. Een Nederlander die crypto koopt op een Duitse exchange, wordt automatisch op de hoogte gesteld bij de Nederlandse Belastingdienst. Een Belgische CASP die een Nederlandse klant heeft, idem. De gehele EU-CASP-laag staat zo op één informatiebed.
Wat verandert daarmee in de praktijk? Voor een Nederlandse wedder die zijn ETH koopt op een EU-exchange en vervolgens naar een offshore-sportsbook stuurt, ontstaat dit beeld in de fiscale dossiers. Hetzelfde geldt voor uitbetalingen die terugvloeien naar EU-CASP’s en daar worden geconverteerd naar euro. Wat buiten DAC8 valt: pure on-chain activiteit zonder EU-CASP-aanknooppunt, peer-to-peer aankopen, en verblijf van ETH in self-custody wallets zonder exchange-touch. De realiteit is dat de overgrote meerderheid van Nederlandse ETH-bezitters wel EU-CASP-aanknooppunten heeft — anders is het lastig om legale fiat-toegang tot ETH te krijgen.
De interactie tussen MiCA, DAC8 en de Belastingdienst-aangifteplicht maakt het strategische landschap voor wedders duidelijk. Aangifte doen volgens de regels — kansspelbelasting via zelfaangifte voor offshore-winst, Box 3 voor saldi op peildatum — levert een dossier dat naadloos klopt met de DAC8-rapportages. Aangifte achterwege laten levert een dossier waarvan de inspecteur eenvoudig de inconsistentie kan vaststellen. De keuze die je hebt is niet langer opgeven of niet, maar opgeven of een verhoogde detectie-kans accepteren.
Voor wie technische hulp zoekt bij de praktische aangifte van crypto-bezit — welke velden in welke volgorde, hoe je de jaaroverzichten van CASP’s verwerkt, welke koers-bron de Belastingdienst accepteert — heb ik een aparte gids geschreven over aangifte van crypto bij de Belastingdienst, waarin de stappen tot in detail staan uitgewerkt. De gids hier focust op de structurele logica; die andere op de uitvoering.
De richting van de regelgeving is duidelijk: meer transparantie, meer automatische uitwisseling, minder ruimte voor onzichtbaarheid. Voor wedders die binnen redelijke bandbreedten opereren, is de implicatie geruststellend in zekere zin: zolang je correct rapporteert wat je doet, ben je in orde. Voor wedders die hopen op continueerbare onzichtbaarheid, is 2026 het laatste jaar waarin die strategie nog enig pleitbaar fundament heeft. Betaal de juiste belasting via onze site.
